Mijn Blog

Mijn Blog

"Fotograferen is leuk, maar schrijven ook"

Kijk ook eens op mijn Homepage

PSAM stand op de camera.

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, augustus 31, 2012 11:41:22

PSAM stand op de camera.

Ik krijg vaak de vraag welke belichtingsstand het beste is.

Ik vertel dan dat het aan de fotograaf is om te kiezen welke instelling hij of zij het meest prettig vindt. Er is eigenlijk geen goed of slecht. Het enige verschil dat de PSAM modes bieden, is de mate van controle over de camera. Maar bij alle vier de manieren is en blijft de belichtingsmeting de basis en aan de hand van die belichtingsmeting wordt de camera ingesteld, of automatisch, of handmatig. De foto zal in alle gevallen goed belicht zijn.

Het is trouwens de grootse flauwekul dat de professionele fotografen alleen in de M-stand werken. Een goed fotograaf kent de mogelijkheden van zijn camera (net zoals een goed timmerman zijn gereedschap kent) en maakt daar op passende wijze gebruik van.

De P-stand:

Dit is de instelling waarmee de fotograaf zich niet druk hoeft te maken over scherptediepte of sluitertijd. De camera doet dit allemaal zelf.
Voor huis, tuin en vakantie kiekjes is de P- stand uitermate geschikt.

Het nadeel is dat je geen controle over de scherptediepte hebt.

Vergis je niet in de slimheid van de moderne cameratechniek. Het is werkelijk verrassend hoe vaak de belichting in de automaatstand gewoon prima in orde komt.

Maar technisch goed belicht geeft niet altijd het mooiste resultaat.

De A-stand: Diafragma voorkeuze

Ik heb geleerd dat een goed fotograaf altijd eerst zijn scherptediepte bepaald en daarna zijn sluitertijd aanpast.

Bij de A-stand kiest de fotograaf een diafragma en de camera stelt aan de hand van de belichtingsmeting de juiste sluitertijd in. Met deze methode zal de fotograaf een volledige controle over het diafragma hebben en kan dus zelf bepalen hoeveel scherptediepte (DOF) de foto zal hebben. Hierdoor kan bewust gekozen worden om een onderwerp uit de omgeving te isoleren of om zoveel mogelijk scherpdiepte te hebben.

Wanneer gebruiken we de A stand:

Diafragma voorkeuze geeft een volledige controle over scherptediepte (DOF).
Portretten, landschappen en vogelfotografie zijn onderwerpen die hiervoor in aanmerking komen.

Het nadeel van de A stand is het risico dat bij een grote lensopening de maximale sluitertijd behaald wordt. Een foto zal in dat geval dus overbelicht zijn (of de camera weigert een foto te maken). Het andere nadeel is het gevaar van bewegingsonscherpte. Wanneer er gekozen is voor een grote scherptediepte kan de sluitertijd zo lang worden dat uit de hand fotograferen niet meer mogelijk is (hoewel de opname goed belicht zal zijn).

Dus altijd de sluitertijd goed in de gaten blijven houden.

De S-stand: Sluitertijd voorkeuze

De fotograaf kiest een sluitertijd en de camera stelt aan de hand van de belichtingsmeting het juiste diafragma in. Met deze methode heeft de fotograaf volledige controle over de sluitertijd wat bij snel bewegende onderwerpen een voordeel heeft. Bewegingen kunnen bevroren worden door bewust een snelle sluitertijd te kiezen .

Het is ook mogelijk om een langere sluitertijd te kiezen om beweging vast te leggen. De scherptediepte zal in deze gevallen van ondergeschikt belang zijn.

Wanneer gebruiken we S-stand:
Voor een volledige controle over de sluitertijd. Sportfotografie komt hiervoor in aanmerking.
Deze instelling geeft de controle over het al dan niet bevriezen van een beweging.
Het grote nadeel is de beperkte keuze van lensopeningen waardoor de kans bestaat dat er meer licht nodig is dan de lens kan doorlaten. De camera heeft dus minder speelruimte waardoor de fotograaf eerder tegen de grenzen van het mogelijke zal aanlopen..

De M-stand: Manuele instelling.

In de M-stand regel je zelf diafragma en sluitertijd. Je kijkt daarbij naar de lichtmeteraanduiding in de zoeker. Zorg je ervoor dat de index op 0 staat, dan heb je de juiste belichting, althans: de belichting die het belichtingssysteem van de camera aangeeft.

Als je zo tewerk gaat, dan maak je jezelf tot het slaafje van je camera. Je volgt dan braaf op wat hij je opdraagt. Dit zal niet altijd tot betere foto’s leiden, dat moge wel duidelijk zijn.

Er zijn twee redenen om met de M-stand te werken. De eerste is dat je snel en makkelijk met licht en donker kunt spelen. De schaal onder of naast de zoeker geeft aan hoeveel je afwijkt van de door de camera ideaal gevonden belichting. Door even aan sluitertijd of diafragma te draaien maak je ook heel snel een extra opname met een afwijkende belichting.

Belangrijk:

Schakel de meerveldsmeting (matrix) van de camera uit.

Dat is namelijk een intelligente lichtmeting, die de situatie tracht te interpreteren.

In de M-stand wil je dit nu juist zelf bepalen.

Om de lichtmeting goed te kunnen bepalen kies je beter voor centrumgerichte- of spotmeting.

De belichtingsschaal van de zoeker geeft dan aan wat het verschil is ten opzichte van de ingestelde belichting. Zo ga je heel gedoseerd om met licht, donker en contrast.

Een tweede reden om in de M-stand te werken is dat je de belichting als het ware vastzet.

Hierdoor wordt meerdere opnames met dezelfde belichting genomen.

Door het gebruik van de AEL-toets is het vastzetten van de belichting ook mogelijk in de P-S-A stand

Wanneer de M-stand gebruiken?

Een volledige controle over de belichting die bij meerdere opnamen constant zal blijven. Vooral bij flitsfotografie (studio) maar ook bij panoramafotografie is dit de te adviseren instelling.
Als nadeel kan de tijd genoemd worden die nodig is om de camera in te stellen.

Ik ben van mening dat je met de M-stand overweg moet kunnen om te begrijpen wat je eigenlijk aan het doen bent, dit alles leer je door in de praktijk veel te fotograferen in de M-stand.

  • Reacties(2)

Geplaatst door Valere di, september 04, 2012 01:46:19

Bedankt Antoine voor deze zeer nuttige info.

Geplaatst door Josca vr, augustus 31, 2012 15:17:34

dit is een duidelijke en praktische toelichting.