Mijn Blog

Mijn Blog

"Fotograferen is leuk, maar schrijven ook"

Kijk ook eens op mijn Homepage

Voor en nadelen FF camera

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, maart 30, 2012 13:48:21

Wat is een FF camera

Een FF (Full-frame) camera is een camera die het formaat sensor bevat die even groot is als het negatief bij analoge camera's. Dit formaat is 36 x 24 mm. Het gehele systeem waarop spiegelreflex camera's gebouwd zijn, is gemaakt (en geoptimaliseerd) rondom dit formaat film.

Een DX camera (ook wel crop camera genoemd) heeft een kleinere sensor, bij Nikon is dit 24 x 16mm.

Doordat je bij een DX camera slechts een deel van het totale beeld pakt is het alsof je objectief een groter telebereik heeft. Je maakt als het ware een uitsnede van een groter beeld, vandaar de term crop-factor. De crop-factor is de 'vergroting' die plaats vind doordat je de uitsnede krijgt in plaats van het volledige beeld. Feitelijk is er natuurlijk geen vergroting, je gooit alleen maar beeldinformatie weg. Een groothoekobjectief wordt dus een flink stuk minder groothoek.

Aan de andere kant kan een DX camera interessanter zijn voor iemand die veel tele-objectieven gebruikt. Een 200mm objectief geeft dus een beeldhoek van 300mm of meer. Al moet je in de gaten houden dat er feitelijk alleen beeld weg valt. Met de speciale objectieven voor DX camera's levert dit je echter wel een gewicht- en prijsbesparing op.

Lensfouten
Wanneer je een FF objectief gebruikt op een DX camera zul je weinig last hebben van eventuele lensfouten. Je gebruikt immers het midden van het beeld; precies waar een objectief op zijn best is.
Gebruik je een FF objectief op een FF camera dan zullen dit soort lensfouten veel eerder de kop op steken.

Scherpte
Op het gebied van scherpte ben je bij een FF sensor in het voordeel. De grotere sensor zorgt ervoor dat het uiteindelijke beeld minder 'opgeblazen' hoeft te worden om eenzelfde formaat op je beeldscherm (of afdruk) te tonen. Dit is ook een belangrijk reden waarom het middenformaat zo interessant is. De scherpte is dan echt indrukwekkend.

Scherptediepte
Een ander effect van een grotere sensor is de kleinere scherptediepte. Het gebied dat scherp is in een foto is dus (bij dezelfde instellingen en hetzelfde objectief) kleiner bij een FF camera. Dit kan vervelend zijn; bijvoorbeeld bij macrofotografie.

Meestal wordt het door een fotograaf echter als pluspunt ervaren, het is immers gemakkelijkere om de aandacht in een foto op het onderwerp te leggen. De achtergrond kun je sneller onscherp maken.

Het effect van een groter scherptediepte bij een kleinere sensor is erg goed zichtbaar bij compact camera's. Het is hierbij bijna onmogelijk een onscherpe achtergrond te krijgen.

Voor veel gebruikers is dit juist een pluspunt, alle foto's zijn namelijk altijd scherp.

Ruisprestaties
Des te groter een sensor is, des te minder last je zult hebben van ruis op hoge lichtgevoeligheden. In het algemeen gesproken zijn pixels op een grotere sensor ook groter van formaat. Hierdoor kunnen ze meer licht opvangen waardoor het signaal minder hard versterkt moet worden. Deze signaalversterking veroorzaakt de ruis. Twaalf megapixel op een compactcamera sensortje gepropt zal dus veel meer ruis opleveren dan de twaalf megapixel sensor van de Nikon D700 of D3.

Samenvattend:
Een FF camera heeft dus een kleinere scherptediepte, minder ruis, meer scherpte en maakt gebruik van het volledige bereik van objectieven. Dit laatste punt maakt eventuele lensfouten in een objectief eerder duidelijk. Daarbij is een FF camera (en de FF objectieven) duurder dan een DX camera.




  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post10

Foto beoordelen.

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof wo, maart 28, 2012 11:00:15

Hoe weet je nu of een foto goed of slecht is?

Door heel veel naar foto’s van anderen te kijken/beoordelen leer je dit

Bij het beoordelen moet je 3 criteria in acht nemen:
1. Doel van de foto
2. Is de foto gevoelsmatig boeiend
3. Technische kwaliteit

1. Doel v/d foto

Probeer te doorgronden waarom de fotograaf juist van dit onderwerp een foto heeft gemaakt.

2. Gevoelsmatige waarde

Zit er spanning in de foto?
Is er een onderwerp die aandacht vraagt en waar de ogen een rustpunt vinden?
Worden er bij het beoordelen gevoelens opgeroepen?
Bezit de foto een emotionele waarde?
Vind je in de foto een verhaal terug.?
Zijn er storende elementen of merk je juist iets uitzonderlijks op?

3. Technische kwaliteit

Dan kijk ik naar zaken als scherpte en scherptediepte, is er op de juiste wijze gebruik van scherptediepte gemaakt, is er sprake van een juiste belichting en kleur, hoe is het contrast in de foto en al of niet aanwezigheid van ruis in de foto. Ook het gebruik van de juiste lens, de juiste afstand, geen vertekening. Hoe is de achtergrond, storend of goed toegepast?

Hoe is de opbouw, compositie, omkadering?
Zijn de algemene fotografische regels gevolgd?

Gedurfde afwijkingen op de algemene regels kunnen een foto zeer uitzonderlijk maken. De algemene fotografische regels hebben tot doel de fotograaf te sturen om goede ogende foto’s te maken. Deze algemene regels zijn geen dwingende regels. Durf dan ook als fotograaf en beoordelaar deze regels doordacht in het belang van de foto te doorbreken.

Houdt ook rekening met de omstandigheden waarin een foto werd gemaakt.
Van een candid-opname mag men niet dezelfde compositorische perfectheden verwachten als bij een studiofoto.
Vaak hangt de kwaliteit v/e foto ook af v/d gebruikte apparatuur.

Zoals ieder fotograaf verschillend is, is ook ieder beoordeellaar weer anders.

  • Reacties(3)//blog.foto-eifel.de/#post8

Afdrukken en Resolutie

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, maart 23, 2012 09:29:11

Wanneer we digitaal fotograferen kunnen we niet om het begrip 'resolutie' heen.
De vraag is dan wat is resolutie en hoeveel resolutie heb ik nodig voor mooie foto's en afdrukken.

Resolutie
De grootte van een digitale foto wordt uitgedrukt in pixels. Men spreekt bijvoorbeeld over een foto van 900 bij 600 pixels. Deze grootte noemt men resolutie. Men heeft het dan over een foto met een resolutie van 900 x 600.
Dat wil zeggen dat de foto 900 pixels breed en 600 pixels hoog is.
Deze resolutie bepaalt hoe groot de foto op uw beeldscherm wordt weergegeven. Hoe meer pixels, hoe groter de foto op uw beeldscherm.

Oké, wat zijn dan pixels?

Pixels
Digitale foto's bestaan uit een groot aantal beeldpunten.
In het Engels noemt men deze beeldpunten Pixels.
Een foto die 900 x 600 pixels is, telt dus in totaal 540000 beeldpunten of te wel pixels.

De grootte van een digitale foto wordt dan ook uitgedrukt in pixels. Dit komt omdat een digitale foto geen afmetingen heeft. Pas als een foto is afgedrukt, heeft hij een lengte en breedte in centimeters.

Afdrukken
Als we een foto gaan afdrukken dan moeten we zorgen dat de foto een goede resolutie heeft. Hiervoor moeten we weten wat DPI is.

Dpi staat voor dots per inch. Dot is Engels voor punt en inch is een Engelse lengtemaat: 1 inch is ongeveer 2,54 cm. Omgerekend wordt 1 centimeter 0,39 inch. Dpi staat dus voor het aantal punten dat er per inch wordt afgedrukt. Hoe meer punten per inch, hoe hoger de kwaliteit van uw foto.

Bevat een afdruk ongeveer 300 punten per inch (300 dpi) dan spreekt men van fotokwaliteit.
De punten kunt u gelijk stellen met de pixels uit uw foto. Met deze kennis kunnen we nu zelf uitrekenen hoe groot een foto moet zijn, wil deze op 300 dpi goed kunnen worden afgedrukt.


Een veelgebruikt fotoformaat is 15 x 10 cm.
Stel u wilt een foto afdrukken op deze grootte bij 300 dpi:

De breedte die nodig is bedraagt: 15x0,39x300 = 1773 pixels.
De hoogte die nodig is bedraagt: 10x0,39x300 = 1181 pixels.
Hebt u een foto die groter is dan 1773x1181 pixels dan zit u altijd goed. Maar hebt u minder pixels dan zal de afdruk van mindere kwaliteit zijn.

Op deze manier kunt u ook bepalen of u uw foto uitvergroot kunt printen.

  • Reacties(1)//blog.foto-eifel.de/#post3

Basis techniek Fotograferen

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof do, maart 22, 2012 11:35:17

Er is een vuist regel die zegt dat "1/brandpuntafstand" de maximale (langzaamste) sluitersnelheid is waarmee je uit de hand mag fotograferen, dus op 100mm moet minstens 1/100 dus 1/125sec zijn (eerstvolgende op de keuzeknop). Ik zelf kies altijd voor het dubbele (op de knop) in dit geval dus 1/200sec. Wanneer je gebruikt maakt van een statief dan kun je dus langzamere sluitertijden gebruiken.

Bij de compositie gaat het er om dat we het beeld zo sprekend mogelijk door de zoeker in beeld krijgen. Bij onderwerpen zoals portretten en stillevens kun je de elementen naar believen rangschikken, maar bij een landschap kan de compositie alleen worden veranderd door de keuze van het standpunt en de kadering van de opname.

Slechts enkele mensen hebben van nature de gave fotografische compositie in één oogopslag te overzien (helaas behoor ik ook niet tot deze uitverkoren groep). De meeste mensen, zoals ik zelf, moeten echter hard werken om zich dat inzicht eigen te maken. Steeds maar weer proberen, experimenteren en kijken en de ervaring leert, ongeacht of men een eenvoudige of meer ingewikkelde camera bezit

Voor een goede compositie moeten we drie elementen goed in de gaten houden, namelijk:
1.De blikvanger:
De blikvanger van een foto is het centrale onderwerp (dit moet dus echt scherp aanwezig zijn), daarna ga je op zoek naar het beste standpunt waarbij de achtergrond optimaal op de foto komt.
2.Afwezigheid van storende elementen:
Bekijk het onderwerp, de voorgrond en de achtergrond goed om ervoor te zorgen dat er geen ongewenste elementen in beeld komen.
3.Een interessante voorgrond:
Kijk of je aan de voorgrond nog iets interessants kunt toevoegen zonder dat dit ten koste gaat van het werkelijke onderwerp van de foto

De sluiter:
1. Hij regelt de hoeveelheid licht die tot de sensor wordt toegelaten en heeft dus daardoor invloed op de belichting. Bij een korte sluitertijd wordt evenredig minder licht doorgelaten dan bij een lange sluitertijd.

2. Hij regelt de tijdsduur van de belichting en heeft daardoor invloed op de weergave van beweging. Een bewegend onderwerp zal scherper worden weergegeven bij een korte sluitertijd dan bij een lange sluitertijd, in welk geval een evenredig grotere bewegingsonscherpte ontstaat.

Evenals de sluitertijd heeft het diafragma twee functies:
1. Het regelt de hoeveelheid licht die tot de sensor wordt toegelaten en heeft daardoor invloed op de belichtingstijd. Als de diafragmaopening groot is (klein getal), wordt er een evenredig grotere hoeveelheid licht tot de sensor toegelaten dan bij een kleine diafragmaopening (groot getal).

2. Het regelt de diepte van de scherp afgebeelde zone (het scherptediepte bereik) en heeft daardoor invloed op de ruimtesuggestie in de foto. Met een kleine diafragmaopening (groot getal) wordt er een groter zone in de diepte scherp weergegeven dan met een groter diafragmaopening (klein getal).

Uit bovenstaande blijkt dus dat er een directe relatie bestaat tussen de sluitertijd en de grootte van de lensopening.

Scherptediepte.
De scherptediepte is het gebied voor en achter het onderwerp waarop is scherpgesteld.

De scherptediepte is van een aantal factoren afhankelijk.
Ten eerste het diafragma. Het nemen van een kleiner diafragma (groter getal) vergroot dus de scherptediepte. Vervolgens heeft de instelafstand invloed. Hoe dichterbij wordt ingesteld, des te geringer wordt de scherptediepte. Bij dichtbij- en macro-opnamen bedraagt ze dikwijls nog maar enkele millimeters.
Ten slotte hangt de scherptediepte ook nog af van de brandpuntafstand van het objectief. Objectieven met lange brandpuntafstand hebben een aanzienlijk kleinere scherptediepte dan objectieven met korte brandpuntafstand.
Zo is bij een 200mm objectief de scherptediepte slechts een zestiende van die van een 50mm objectief.

Een goede fotograaf gebruikt zijn diafragma om zijn scherptediepte te kiezen, en past dan zijn sluitertijd aan om een goede belichting te krijgen

Indien je dit beheerst dan heb je snel de stap gemaakt naar elk vakgebied van de fotografie.

  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post2

Grijskaart

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof wo, maart 21, 2012 17:26:44

Er bestaat nogal veel verwarring over het toepassen van een wit- of grijskaart bij digitale fotografie.

Allereerst is het belangrijk dat er twee zaken worden gescheiden namelijk: belichting en witbalans.

De witkaart bewijst ALLEEN zijn nut bij de witbalans.

De grijskaart is te gebruiken bij zowel de belichting als de witbalans.

Werkwijze:

Belichting:

Plaats de grijskaart voor je onderwerp, neem hem bijna beeldvullend in je zoeker en meet het licht d.m.v. de ontspanknop, of met AEL.
Zet die waarde vast, of stel deze Manueel in.
Doe de kaart weg en bepaal het kader en maak je foto.

De opname is altijd goed belicht, mits op de kaart hetzelfde licht valt als op het onderwerp.

Witbalans.

Hiervoor zijn twee methodes:


Methode 1. WB handmatig instellen op de camera.
Maak een opname van de wit- of grijskaart (met hetzelfde opvallende licht als op je onderwerp).
Stel vervolgens de witbalans handmatig in ( de meeste toestellen kunnen namelijk een PRESET witbalans aanmaken) zie de gebruiksaanwijzing van je camera want dit verschilt per merk/type.

Methode 2. Fotografeer de wit- of grijskaart een keer mee met het onderwerp.
Daarna dezelfde opname(n) zonder die kaart.

D.m.v. de pipet in de software kun je aangeven dat de bereikte witbalans op de foto met kaart de juiste is.
Daarna die waarde (witbalans, of graden Kelvin) toepassen in de andere foto’s die je nodig hebt.



  • Reacties(5)//blog.foto-eifel.de/#post1
« Vorige