Mijn Blog

Mijn Blog

"Fotograferen is leuk, maar schrijven ook"

Kijk ook eens op mijn Homepage

Bokeh

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof ma, januari 08, 2018 12:12:47

Om een mooie egale zachte achtergrond (ook wel bokeh genoemd) te krijgen, dien je het onderwerp ook tegen een mooi gekleurde en egale achtergrond te fotograferen. Hoe verder het onderwerp van de achtergrond verwijderd is hoe beter dit gaat. Je diafragma open zetten, dus kleiner F-getal, draagt ook bij aan deze 'onscherpe' achtergrond.

Als tweede draagt het fotograferen met een groot brandpunt/kleine beeldhoek bij tot het verkrijgen van een egale achtergrond. Hierdoor zie je maar een klein gedeelte van de achtergrond. Bovendien is dat gedeelte groter in beeld en wordt daardoor de onscherpte vergroot/beter zichtbaar.

Vergelijk dit maar eens met een groothoek lens.

Je ziet dan een groot deel van de achtergrond m.a.w. heel veel detail waarin onscherpte niet direct opvalt. Met een telelens zie je maar een deel, met weinig detail, en nog erg onscherp ook.

Mijn voorbeeld foto’s:


Foto 1 is de opstelling van apparatuur. Als achtergrond zie je een grasweiland wat tegen de berg omhoog loopt. Ook zie je dat ik het onderwerp (bloem) ver van de achtergrond heb verwijdert.

Foto 2 (Jpeg foto zo uit de camera) is het resultaat van de opstelling van foto 1. Ik gebruik hier een diafragma van F7.1 omdat ik de gehele bloem scherp wil hebben.


Foto 3 en 4 zijn op dezelfde wijze genomen.

Foto 5: Hier zie je duidelijk het verschil. De vogel zit nu vrij kort bij de achtergrond.

Alle foto's zijn niet bewerkt en dienen voor mij als voorbeeld foto's.

  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post39

Hoe krijg ik een zwarte achtergrond

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof di, oktober 28, 2014 14:56:44

Er zijn verschillende manieren om een zwarte achtergrond te verkrijgen.

Schuiven met de levels in Photoshop is niet de juiste manier.

Fotografen die dit doen hebben naderhand een platte histogram overgehouden.

Daar ik een paar jaar geleden veel bloemen met zwarte achtergrond moest fotograferen voor een bloemen boek, heb ik naar een techniek gezocht die ik overal kan toepassen.

Als je een serie maakt, maar wel in verschillende opname dagen, dan is het wel noodzaak dat de zwarte achtergronden gelijk zijn.

Zoals altijd gaat er meer tijd in de voorbereiding van de shoot zitten, dan in de daadwerkelijke opname.

De beste methode om een goede zwarte achtergrond te krijgen is te zorgen dat het licht waarmee je het onderwerp belicht niet op de achtergrond valt. Dit kun je op verschillende manieren bereiken.

1. Afschermen door bijvoorbeeld een zwarte plaat of doek.

2. Grote afstand tussen onderwerp en achtergrond.

3. Een gerichte lichtbundel gebruiken die wel op het onderwerp valt maar niet op de achtergrond.

Je kunt hiervoor een snoot kopen of zelf maken met behulp van de kern van WC papier,keukenrol ... Vul deze op met zwarte rietjes,maak in het karton een aansluiting van flits naar rolletje. Hier werk je dan wel met de flits los van de camera zodat je zijdelings kan belichten

Hoe verder de achtergrond, hoe minder de mogelijkheid aanwezig is dat er toch nog licht opvalt.

Ik maak vaak gebruik van het twee kamer systeem. De achtergrond staat in een donkere kamer zonder venster. Het onderwerp zet ik dan in de andere kamer voor de deuropening. Ik hoef nu alleen maar te zorgen dat er geen licht de donkere kamer ingaat.

Camerainstelling

Zet de camera op F11 en ISO100. Hierdoor is de camera minder lichtgevoelig. Als sluitertijd neem je 1/100 of 1/125. Dit zijn vrij standaard instellingen. De juiste belichting gaan we doen met de externe flitsers in de manuele mode te zetten en het ingestelde lichtvermogen zodanig aan te passen dat het onderwerp goed belicht wordt.

Hier kun je wat voorbeelden vinden.

KLIK










  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post33

Straatfotografie

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof di, oktober 28, 2014 14:00:44

Ik zie straatfotografie vaak overgaan in MENSEN fotografie.

Dit komt omdat er altijd veel reacties komen over de DOF en het wegklonen van normale straatbeelden zoals verkeersborden lantaarnpalen etc.


Straatfotografie is eigenlijk niets anders dan het vastleggen van alle spontane (dus niet geregistreerd), alledaagse gebeurtenissen in de openbare ruimte. Om die momenten zo objectief en natuurgetrouw vast te kunnen leggen is er geen contact tussen de fotograaf en het onderwerp. Naderhand kan het soms wel raadzaam zijn om even contact te leggen met de persoon.

Straatfotografie kan overal plaatsvinden, zolang het in de openbare ruimte is (denk hier aan het portretrecht). Vaak gefotografeerde locaties zijn plekken waar mensen samenkomen, zoals winkelcentra, parken treinstations, bus- en tramhaltes (tegenwoordig mag je niet meer zomaar fotograferen op treinstations, je zou ook niet de eerste zijn waarvan de camera door de politie in beslag wordt genomen). Evenementen en festivals zijn ook uitstekende plaatsen voor straatfotografie.

Een goede straatfoto verteld eigenlijk een verhaal van het alledaags gebeuren.
Om dit vast te kunnen leggen moet je goed kunnen observeren.

Tevens heb je niet altijd de tijd om je camera goed in te stellen. Ik gebruik zelf altijd de auto ISO om mijn sluitertijd kort te houden , Camera in de A stand (Av voor Canon) met een diafragma tussen de F8 en F11 dit laatste is afhankelijk van de lens die ik gebruik. Meestal werk ik met een prime lens. O ja vergeet niet je AF hulplicht uit te schakelen (je weet wel dat kleine witte lampje wat aangaat als je scherpsteld).

Een paar links waar je wat meer informatie kunt halen over het fenomeen straatfotografie.

http://thomas.leuthard.photography/ebooks/

http://www.hermandepagter.com/slider/vlissingen/

http://nlstraatfotografie.wordpress.com/category/tips-en-uitleg/

http://www.photofacts.nl/fotografie/rubriek/tips_en_truuks/tien_tips_voor_betere_streetfotografie.asp

http://www.fotokonijnenberg.nl/nieuws/straatfotografie-tips-en-benodigheden-1/

http://blog.ilusix.nl/fotografie/tien-tips-voor-betere-straatfotografie/

http://www.kamera-express.nl/over-ons/10-tips/straatfotografie-tips/

http://www.fotoclubdiafragma.nl/wp/2013/03/straatfotografie-ontvang-het-moment/

http://zoom.nl/artikel/community/22061-feedback-straatfotografie.html

http://www.fotoclub.nu/eerste-kennismaking-met-straatfotografie-5-tips/

http://www.cewe-fotoboek.nl/blog/2012/10/09/8-waardevolle-tips-voor-straatfotografie/







  • Reacties(1)//blog.foto-eifel.de/#post32

Hyperfocale afstand

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof di, april 15, 2014 20:59:57

Hyperfocale afstand

Hyperfocale afstand, is een veel gehoorde term in de landschapsfotografie.

Voor diepte in een landschapsfoto werkt het goed om ook iets op de voorgrond herkenbaar in beeld te hebben. Doorgaans wil je het hele beeld van voor tot achter scherp hebben. Landschapsfotografen maken daarvoor gebruik van de Hyperfocale afstand van een objectief.

Simpel gezegd is dit de kortste instelafstand waarbij onderwerpen in de verte nog als aanvaardbaar scherp worden weergegeven. Je kunt de afstand natuurlijk op 'oneindig' instellen, maar dan loopt de scherptediepte tot voorbij oneindig door.

Met behulp van de Hyperfocale afstand profiteer je optimaal van de scherptediepte: deze reikt dan van de halve Hyperfocale afstand tot oneindig.

De Hyperfocale afstand hangt af van:

- het brandpunt van het objectief, hoe kleiner de brandpunt (hoe meer groothoek) hoe groter de scherptediepte

- het diafragma hoe kleiner de diafragmaopening (hoe groter het f-getal) hoe groter de scherptediepte

- het opnameformaat, (de sensorgrootte), hoe kleiner de sensor hoe groter de scherptediepte

Dit komt in onderstaande tabellen duidelijk tot uiting.

Tabel voor FULL FRAME sensor 36 x 24 mm

Voorbeeld: voor een 35 mm objectief ingesteld op diafragma f 8 is de Hyperfocale afstand 5,10 meter, de scherpte begint dan vanaf de helft van de Hyperfocale afstand = 2,55 meter tot oneindig. Voor een 70 mm objectief ingesteld op diafragma f 11 is de Hyperfocale afstand 14,44 meter, de scherpte begint dan vanaf de helft van de Hyperfocale afstand = 7,70 meter tot oneindig.

Tabel voor camera's met Nikon APS-C sensor 23,6 x 15,7 mm, verlengingsfactor van 1,5X

Voorbeeld: voor een 16 mm objectief (= 24 mm als men rekening houdt met de verlengingsfactor van 1,5X) ingesteld op diafragma f 11 is de Hyperfocale afstand 2,55 meter, de scherpte ligt dan vanaf de helft van de Hyperfocale afstand = 1,28 meter tot oneindig.


De praktijk:

Ik stel altijd scherp met het autofocus systeem op de Hyperfocale afstand, eens scherpgesteld schakel ik de autofocus over op manueel (AF-ON knop) waardoor het objectief op de scherpgestelde (Hyperfocale) afstand blijft staan. Je kunt dan je compositie bepalen en afdrukken.

Bovenstaande tabellen zijn gemaakt met:
http://www.dofmaster.com/dofjs.html



  • Reacties(3)//blog.foto-eifel.de/#post30

Waterdruppels fotograferen

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, maart 01, 2013 13:58:02

Gisteren ben ik voor het eerst bezig geweest met het fotograferen van waterdruppels.

Voordat ik ben begonnen heb ik natuurlijk eerst wat zitten Google op het net, ik hoef tenslotte niet het wiel opnieuw uit te vinden.

Waarom schrijf ik dit artikel dan?
Wel, ik wil mijn ervaringen toch met jullie delen.

Mochten jullie besluiten dit ook een keertje te gaan beoefenen dan raad ik jullie aan dit op een plek te doen waar het morsen met water geen kwaad kan.
Ik heb hiervoor de badkamer genomen. Tevens raad ik jullie aan bouw eerst een goede stabiele installatie alvorens je de camera + flitser erbij haalt. Dit voorkomt een ieder geval problemen.

De zakjes met water ophangen is geen probleem, wel is het een probleem een juist gaatje te maken.
Ik ben dan ook snel hiervan afgestapt. Bij de apotheek kun je voor heel weinig geld Infuus materiaal kopen. Met dit materiaal kun je de druppels goed regelen.
Neem de opvang schaal niet te klein, maak ze ook niet te vol want de druppels moeten er ook nog bij kunnen.
Voor de kleuren kun je natuurlijk verschillende kleurvloeistof nemen.
Ik heb gewerkt met kleurpapier. Voor de rest is het nog je eigen fantasie de loop laten en veel uitproberen.

.

Instellingen:
Nikon D7000
Centrum meting
Iso 200
F 14
1/200sec
Nikon Micro AFS 105mm F2.8 Handmatig scherpgesteld.
SB900- M 1/32

Hier staan nog een paar test opnames.

  • Reacties(4)//blog.foto-eifel.de/#post28

Hard en Zacht licht

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof ma, februari 18, 2013 20:17:56

Hard en Zacht licht.

In de fotografie wordt vaak gediscussieerd over meer of minder licht en over hard en zacht licht.
Met dit klein artikel probeer ik enig duidelijkheid te geven over het begrip Hard en Zacht licht.

Hard en zacht licht is niet hetzelfde als veel of weinig licht laat dat duidelijk zijn.

Van hard licht is sprake in het geval van gebundeld licht, direct stralend licht waarbij de lichtbron een klein oppervlak heeft, zoals bij direct zonlicht, flitslicht of een andere lichtbron.

De zon is wel ontzettend groot, maar t.o.v een persoon hier op aarde is het een kleine lichtbron.
In de zomer, rond de middag, als er geen wolkje aan de hemel is: dan heb je hard licht.
De schaduwen zijn dan ook zeer scherp afgetekend en ook heel duidelijk zichtbaar.
Het komt omdat ons licht van 1 lichtbron komt, die door de grote afstand bijna als een puntvormige lichtbron kan worden gezien. Op dat moment wordt er dan ook niet veel licht verstrooid.

Vaak vermijdt men om foto’s te maken in direct zonlicht, het veroorzaakt immers harde schaduwen.

Van zacht of diffuus licht is sprake indien licht niet gebundeld (vanuit één bron) maar van verschillende kanten het object bereikt. Van diffuus licht is bijvoorbeeld sprake bij een bewolkte hemel overdag.

Het wolkendek fungeert dan als een grote lichtbron t.o.v. het onderwerp.

Dit komt omdat het licht dat op de wolken schijnt, door de wolken wordt verstrooid.

Het wolkendek maakt a.h.w. een enorme softbox.

Kijk maar eens om je heen, wanneer er zon is, je ziet overal harde schaduwen, dus hard licht. Wanneer het bewolkt is, dan verdwijnen die schaduwen, en vloeit alles in elkaar over, dus zacht licht.


Wanneer we onze externe lichtbronnen gaan opstellen houden we hiermee rekening.

Willen we zacht licht dan vergroten we onze lichtbron.

Dit kan door de lichtbron te combineren met een paraplu of een softbox en door die lichtbron dicht bij het onderwerp te plaatsen.

Om hard licht te krijgen plaatsen we onze lichtbron ver van ons onderwerp, of, indien dichtbij, nemen we een kleine lichtbron, een flitser zonder paraplu of softbox.

Vergeet vooral niet dat de grootte van de lichtbron in relatie staat tot het onderwerp. Een grote lichtbron (zoals de zon of een paraplu) die ver van het onderwerp staat, wordt automatisch een kleine lichtbron in relatie tot dat onderwerp!

Praktisch kunnen we de lichtbron vergroten door de flitser in een paraplu te laten reflecteren of de flitser door een doorschijnende paraplu te laten flitsen. In studio worden dikwijls softboxen gebruikt. Allen zijn ze geschikt, ze hebben elk hun voor en nadelen, maar ze vergroten wel allemaal de lichtbron.

Wil je geen overdreven hard licht, zorg dan dat je lichtbron niet te ver van het onderwerp verwijderd is.

  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post27

Modellen

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof wo, februari 13, 2013 13:17:03

Regelmatig geef ik wat hulp bij flitsen/strobist fotografie.

Het probleem is dan vaak: hoe komen we aan een goed model.

Een goed model is niet alleen een mooi model, maar het moet ook nog iemand zijn die het geduld kan opbrengen.
Zeker bij beginners is het een tijdrovend karwei.

Zo model is moeilijk te vinden en mocht je toch iemand vinden dan kost het ook vaak heel veel geld.
Nu speelt geld in deze tijd een belangrijke rol in ieders leven, dus heb ik naar een ander oplossing gezocht.

Oplossing:

Ik heb mij twee vriendinnen gekocht.

Zij zijn zeer geduldig en het grote voordeel is dat ze niet praten (LOL).

Je kunt ze overal neerzetten, ze blijven er staan totdat je ze weer ophaalt.

Ik moet alleen nog even de roos (stofdeeltjes) uit het zwarte haar halen, voor de rest zijn het zeer leuke dames.

Heb je ook belangstelling voor zo iets dan kun je eens even hier kijken.

  • Reacties(1)//blog.foto-eifel.de/#post26

PSAM stand op de camera.

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, augustus 31, 2012 11:41:22

PSAM stand op de camera.

Ik krijg vaak de vraag welke belichtingsstand het beste is.

Ik vertel dan dat het aan de fotograaf is om te kiezen welke instelling hij of zij het meest prettig vindt. Er is eigenlijk geen goed of slecht. Het enige verschil dat de PSAM modes bieden, is de mate van controle over de camera. Maar bij alle vier de manieren is en blijft de belichtingsmeting de basis en aan de hand van die belichtingsmeting wordt de camera ingesteld, of automatisch, of handmatig. De foto zal in alle gevallen goed belicht zijn.

Het is trouwens de grootse flauwekul dat de professionele fotografen alleen in de M-stand werken. Een goed fotograaf kent de mogelijkheden van zijn camera (net zoals een goed timmerman zijn gereedschap kent) en maakt daar op passende wijze gebruik van.

De P-stand:

Dit is de instelling waarmee de fotograaf zich niet druk hoeft te maken over scherptediepte of sluitertijd. De camera doet dit allemaal zelf.
Voor huis, tuin en vakantie kiekjes is de P- stand uitermate geschikt.

Het nadeel is dat je geen controle over de scherptediepte hebt.

Vergis je niet in de slimheid van de moderne cameratechniek. Het is werkelijk verrassend hoe vaak de belichting in de automaatstand gewoon prima in orde komt.

Maar technisch goed belicht geeft niet altijd het mooiste resultaat.

De A-stand: Diafragma voorkeuze

Ik heb geleerd dat een goed fotograaf altijd eerst zijn scherptediepte bepaald en daarna zijn sluitertijd aanpast.

Bij de A-stand kiest de fotograaf een diafragma en de camera stelt aan de hand van de belichtingsmeting de juiste sluitertijd in. Met deze methode zal de fotograaf een volledige controle over het diafragma hebben en kan dus zelf bepalen hoeveel scherptediepte (DOF) de foto zal hebben. Hierdoor kan bewust gekozen worden om een onderwerp uit de omgeving te isoleren of om zoveel mogelijk scherpdiepte te hebben.

Wanneer gebruiken we de A stand:

Diafragma voorkeuze geeft een volledige controle over scherptediepte (DOF).
Portretten, landschappen en vogelfotografie zijn onderwerpen die hiervoor in aanmerking komen.

Het nadeel van de A stand is het risico dat bij een grote lensopening de maximale sluitertijd behaald wordt. Een foto zal in dat geval dus overbelicht zijn (of de camera weigert een foto te maken). Het andere nadeel is het gevaar van bewegingsonscherpte. Wanneer er gekozen is voor een grote scherptediepte kan de sluitertijd zo lang worden dat uit de hand fotograferen niet meer mogelijk is (hoewel de opname goed belicht zal zijn).

Dus altijd de sluitertijd goed in de gaten blijven houden.

De S-stand: Sluitertijd voorkeuze

De fotograaf kiest een sluitertijd en de camera stelt aan de hand van de belichtingsmeting het juiste diafragma in. Met deze methode heeft de fotograaf volledige controle over de sluitertijd wat bij snel bewegende onderwerpen een voordeel heeft. Bewegingen kunnen bevroren worden door bewust een snelle sluitertijd te kiezen .

Het is ook mogelijk om een langere sluitertijd te kiezen om beweging vast te leggen. De scherptediepte zal in deze gevallen van ondergeschikt belang zijn.

Wanneer gebruiken we S-stand:
Voor een volledige controle over de sluitertijd. Sportfotografie komt hiervoor in aanmerking.
Deze instelling geeft de controle over het al dan niet bevriezen van een beweging.
Het grote nadeel is de beperkte keuze van lensopeningen waardoor de kans bestaat dat er meer licht nodig is dan de lens kan doorlaten. De camera heeft dus minder speelruimte waardoor de fotograaf eerder tegen de grenzen van het mogelijke zal aanlopen..

De M-stand: Manuele instelling.

In de M-stand regel je zelf diafragma en sluitertijd. Je kijkt daarbij naar de lichtmeteraanduiding in de zoeker. Zorg je ervoor dat de index op 0 staat, dan heb je de juiste belichting, althans: de belichting die het belichtingssysteem van de camera aangeeft.

Als je zo tewerk gaat, dan maak je jezelf tot het slaafje van je camera. Je volgt dan braaf op wat hij je opdraagt. Dit zal niet altijd tot betere foto’s leiden, dat moge wel duidelijk zijn.

Er zijn twee redenen om met de M-stand te werken. De eerste is dat je snel en makkelijk met licht en donker kunt spelen. De schaal onder of naast de zoeker geeft aan hoeveel je afwijkt van de door de camera ideaal gevonden belichting. Door even aan sluitertijd of diafragma te draaien maak je ook heel snel een extra opname met een afwijkende belichting.

Belangrijk:

Schakel de meerveldsmeting (matrix) van de camera uit.

Dat is namelijk een intelligente lichtmeting, die de situatie tracht te interpreteren.

In de M-stand wil je dit nu juist zelf bepalen.

Om de lichtmeting goed te kunnen bepalen kies je beter voor centrumgerichte- of spotmeting.

De belichtingsschaal van de zoeker geeft dan aan wat het verschil is ten opzichte van de ingestelde belichting. Zo ga je heel gedoseerd om met licht, donker en contrast.

Een tweede reden om in de M-stand te werken is dat je de belichting als het ware vastzet.

Hierdoor wordt meerdere opnames met dezelfde belichting genomen.

Door het gebruik van de AEL-toets is het vastzetten van de belichting ook mogelijk in de P-S-A stand

Wanneer de M-stand gebruiken?

Een volledige controle over de belichting die bij meerdere opnamen constant zal blijven. Vooral bij flitsfotografie (studio) maar ook bij panoramafotografie is dit de te adviseren instelling.
Als nadeel kan de tijd genoemd worden die nodig is om de camera in te stellen.

Ik ben van mening dat je met de M-stand overweg moet kunnen om te begrijpen wat je eigenlijk aan het doen bent, dit alles leer je door in de praktijk veel te fotograferen in de M-stand.

  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post17

Voor en nadelen FF camera

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, maart 30, 2012 13:48:21

Wat is een FF camera

Een FF (Full-frame) camera is een camera die het formaat sensor bevat die even groot is als het negatief bij analoge camera's. Dit formaat is 36 x 24 mm. Het gehele systeem waarop spiegelreflex camera's gebouwd zijn, is gemaakt (en geoptimaliseerd) rondom dit formaat film.

Een DX camera (ook wel crop camera genoemd) heeft een kleinere sensor, bij Nikon is dit 24 x 16mm.

Doordat je bij een DX camera slechts een deel van het totale beeld pakt is het alsof je objectief een groter telebereik heeft. Je maakt als het ware een uitsnede van een groter beeld, vandaar de term crop-factor. De crop-factor is de 'vergroting' die plaats vind doordat je de uitsnede krijgt in plaats van het volledige beeld. Feitelijk is er natuurlijk geen vergroting, je gooit alleen maar beeldinformatie weg. Een groothoekobjectief wordt dus een flink stuk minder groothoek.

Aan de andere kant kan een DX camera interessanter zijn voor iemand die veel tele-objectieven gebruikt. Een 200mm objectief geeft dus een beeldhoek van 300mm of meer. Al moet je in de gaten houden dat er feitelijk alleen beeld weg valt. Met de speciale objectieven voor DX camera's levert dit je echter wel een gewicht- en prijsbesparing op.

Lensfouten
Wanneer je een FF objectief gebruikt op een DX camera zul je weinig last hebben van eventuele lensfouten. Je gebruikt immers het midden van het beeld; precies waar een objectief op zijn best is.
Gebruik je een FF objectief op een FF camera dan zullen dit soort lensfouten veel eerder de kop op steken.

Scherpte
Op het gebied van scherpte ben je bij een FF sensor in het voordeel. De grotere sensor zorgt ervoor dat het uiteindelijke beeld minder 'opgeblazen' hoeft te worden om eenzelfde formaat op je beeldscherm (of afdruk) te tonen. Dit is ook een belangrijk reden waarom het middenformaat zo interessant is. De scherpte is dan echt indrukwekkend.

Scherptediepte
Een ander effect van een grotere sensor is de kleinere scherptediepte. Het gebied dat scherp is in een foto is dus (bij dezelfde instellingen en hetzelfde objectief) kleiner bij een FF camera. Dit kan vervelend zijn; bijvoorbeeld bij macrofotografie.

Meestal wordt het door een fotograaf echter als pluspunt ervaren, het is immers gemakkelijkere om de aandacht in een foto op het onderwerp te leggen. De achtergrond kun je sneller onscherp maken.

Het effect van een groter scherptediepte bij een kleinere sensor is erg goed zichtbaar bij compact camera's. Het is hierbij bijna onmogelijk een onscherpe achtergrond te krijgen.

Voor veel gebruikers is dit juist een pluspunt, alle foto's zijn namelijk altijd scherp.

Ruisprestaties
Des te groter een sensor is, des te minder last je zult hebben van ruis op hoge lichtgevoeligheden. In het algemeen gesproken zijn pixels op een grotere sensor ook groter van formaat. Hierdoor kunnen ze meer licht opvangen waardoor het signaal minder hard versterkt moet worden. Deze signaalversterking veroorzaakt de ruis. Twaalf megapixel op een compactcamera sensortje gepropt zal dus veel meer ruis opleveren dan de twaalf megapixel sensor van de Nikon D700 of D3.

Samenvattend:
Een FF camera heeft dus een kleinere scherptediepte, minder ruis, meer scherpte en maakt gebruik van het volledige bereik van objectieven. Dit laatste punt maakt eventuele lensfouten in een objectief eerder duidelijk. Daarbij is een FF camera (en de FF objectieven) duurder dan een DX camera.




  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post10

Foto beoordelen.

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof wo, maart 28, 2012 11:00:15

Hoe weet je nu of een foto goed of slecht is?

Door heel veel naar foto’s van anderen te kijken/beoordelen leer je dit

Bij het beoordelen moet je 3 criteria in acht nemen:
1. Doel van de foto
2. Is de foto gevoelsmatig boeiend
3. Technische kwaliteit

1. Doel v/d foto

Probeer te doorgronden waarom de fotograaf juist van dit onderwerp een foto heeft gemaakt.

2. Gevoelsmatige waarde

Zit er spanning in de foto?
Is er een onderwerp die aandacht vraagt en waar de ogen een rustpunt vinden?
Worden er bij het beoordelen gevoelens opgeroepen?
Bezit de foto een emotionele waarde?
Vind je in de foto een verhaal terug.?
Zijn er storende elementen of merk je juist iets uitzonderlijks op?

3. Technische kwaliteit

Dan kijk ik naar zaken als scherpte en scherptediepte, is er op de juiste wijze gebruik van scherptediepte gemaakt, is er sprake van een juiste belichting en kleur, hoe is het contrast in de foto en al of niet aanwezigheid van ruis in de foto. Ook het gebruik van de juiste lens, de juiste afstand, geen vertekening. Hoe is de achtergrond, storend of goed toegepast?

Hoe is de opbouw, compositie, omkadering?
Zijn de algemene fotografische regels gevolgd?

Gedurfde afwijkingen op de algemene regels kunnen een foto zeer uitzonderlijk maken. De algemene fotografische regels hebben tot doel de fotograaf te sturen om goede ogende foto’s te maken. Deze algemene regels zijn geen dwingende regels. Durf dan ook als fotograaf en beoordelaar deze regels doordacht in het belang van de foto te doorbreken.

Houdt ook rekening met de omstandigheden waarin een foto werd gemaakt.
Van een candid-opname mag men niet dezelfde compositorische perfectheden verwachten als bij een studiofoto.
Vaak hangt de kwaliteit v/e foto ook af v/d gebruikte apparatuur.

Zoals ieder fotograaf verschillend is, is ook ieder beoordeellaar weer anders.

  • Reacties(3)//blog.foto-eifel.de/#post8

Afdrukken en Resolutie

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, maart 23, 2012 09:29:11

Wanneer we digitaal fotograferen kunnen we niet om het begrip 'resolutie' heen.
De vraag is dan wat is resolutie en hoeveel resolutie heb ik nodig voor mooie foto's en afdrukken.

Resolutie
De grootte van een digitale foto wordt uitgedrukt in pixels. Men spreekt bijvoorbeeld over een foto van 900 bij 600 pixels. Deze grootte noemt men resolutie. Men heeft het dan over een foto met een resolutie van 900 x 600.
Dat wil zeggen dat de foto 900 pixels breed en 600 pixels hoog is.
Deze resolutie bepaalt hoe groot de foto op uw beeldscherm wordt weergegeven. Hoe meer pixels, hoe groter de foto op uw beeldscherm.

Oké, wat zijn dan pixels?

Pixels
Digitale foto's bestaan uit een groot aantal beeldpunten.
In het Engels noemt men deze beeldpunten Pixels.
Een foto die 900 x 600 pixels is, telt dus in totaal 540000 beeldpunten of te wel pixels.

De grootte van een digitale foto wordt dan ook uitgedrukt in pixels. Dit komt omdat een digitale foto geen afmetingen heeft. Pas als een foto is afgedrukt, heeft hij een lengte en breedte in centimeters.

Afdrukken
Als we een foto gaan afdrukken dan moeten we zorgen dat de foto een goede resolutie heeft. Hiervoor moeten we weten wat DPI is.

Dpi staat voor dots per inch. Dot is Engels voor punt en inch is een Engelse lengtemaat: 1 inch is ongeveer 2,54 cm. Omgerekend wordt 1 centimeter 0,39 inch. Dpi staat dus voor het aantal punten dat er per inch wordt afgedrukt. Hoe meer punten per inch, hoe hoger de kwaliteit van uw foto.

Bevat een afdruk ongeveer 300 punten per inch (300 dpi) dan spreekt men van fotokwaliteit.
De punten kunt u gelijk stellen met de pixels uit uw foto. Met deze kennis kunnen we nu zelf uitrekenen hoe groot een foto moet zijn, wil deze op 300 dpi goed kunnen worden afgedrukt.


Een veelgebruikt fotoformaat is 15 x 10 cm.
Stel u wilt een foto afdrukken op deze grootte bij 300 dpi:

De breedte die nodig is bedraagt: 15x0,39x300 = 1773 pixels.
De hoogte die nodig is bedraagt: 10x0,39x300 = 1181 pixels.
Hebt u een foto die groter is dan 1773x1181 pixels dan zit u altijd goed. Maar hebt u minder pixels dan zal de afdruk van mindere kwaliteit zijn.

Op deze manier kunt u ook bepalen of u uw foto uitvergroot kunt printen.

  • Reacties(1)//blog.foto-eifel.de/#post3

Basis techniek Fotograferen

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof do, maart 22, 2012 11:35:17

Er is een vuist regel die zegt dat "1/brandpuntafstand" de maximale (langzaamste) sluitersnelheid is waarmee je uit de hand mag fotograferen, dus op 100mm moet minstens 1/100 dus 1/125sec zijn (eerstvolgende op de keuzeknop). Ik zelf kies altijd voor het dubbele (op de knop) in dit geval dus 1/200sec. Wanneer je gebruikt maakt van een statief dan kun je dus langzamere sluitertijden gebruiken.

Bij de compositie gaat het er om dat we het beeld zo sprekend mogelijk door de zoeker in beeld krijgen. Bij onderwerpen zoals portretten en stillevens kun je de elementen naar believen rangschikken, maar bij een landschap kan de compositie alleen worden veranderd door de keuze van het standpunt en de kadering van de opname.

Slechts enkele mensen hebben van nature de gave fotografische compositie in één oogopslag te overzien (helaas behoor ik ook niet tot deze uitverkoren groep). De meeste mensen, zoals ik zelf, moeten echter hard werken om zich dat inzicht eigen te maken. Steeds maar weer proberen, experimenteren en kijken en de ervaring leert, ongeacht of men een eenvoudige of meer ingewikkelde camera bezit

Voor een goede compositie moeten we drie elementen goed in de gaten houden, namelijk:
1.De blikvanger:
De blikvanger van een foto is het centrale onderwerp (dit moet dus echt scherp aanwezig zijn), daarna ga je op zoek naar het beste standpunt waarbij de achtergrond optimaal op de foto komt.
2.Afwezigheid van storende elementen:
Bekijk het onderwerp, de voorgrond en de achtergrond goed om ervoor te zorgen dat er geen ongewenste elementen in beeld komen.
3.Een interessante voorgrond:
Kijk of je aan de voorgrond nog iets interessants kunt toevoegen zonder dat dit ten koste gaat van het werkelijke onderwerp van de foto

De sluiter:
1. Hij regelt de hoeveelheid licht die tot de sensor wordt toegelaten en heeft dus daardoor invloed op de belichting. Bij een korte sluitertijd wordt evenredig minder licht doorgelaten dan bij een lange sluitertijd.

2. Hij regelt de tijdsduur van de belichting en heeft daardoor invloed op de weergave van beweging. Een bewegend onderwerp zal scherper worden weergegeven bij een korte sluitertijd dan bij een lange sluitertijd, in welk geval een evenredig grotere bewegingsonscherpte ontstaat.

Evenals de sluitertijd heeft het diafragma twee functies:
1. Het regelt de hoeveelheid licht die tot de sensor wordt toegelaten en heeft daardoor invloed op de belichtingstijd. Als de diafragmaopening groot is (klein getal), wordt er een evenredig grotere hoeveelheid licht tot de sensor toegelaten dan bij een kleine diafragmaopening (groot getal).

2. Het regelt de diepte van de scherp afgebeelde zone (het scherptediepte bereik) en heeft daardoor invloed op de ruimtesuggestie in de foto. Met een kleine diafragmaopening (groot getal) wordt er een groter zone in de diepte scherp weergegeven dan met een groter diafragmaopening (klein getal).

Uit bovenstaande blijkt dus dat er een directe relatie bestaat tussen de sluitertijd en de grootte van de lensopening.

Scherptediepte.
De scherptediepte is het gebied voor en achter het onderwerp waarop is scherpgesteld.

De scherptediepte is van een aantal factoren afhankelijk.
Ten eerste het diafragma. Het nemen van een kleiner diafragma (groter getal) vergroot dus de scherptediepte. Vervolgens heeft de instelafstand invloed. Hoe dichterbij wordt ingesteld, des te geringer wordt de scherptediepte. Bij dichtbij- en macro-opnamen bedraagt ze dikwijls nog maar enkele millimeters.
Ten slotte hangt de scherptediepte ook nog af van de brandpuntafstand van het objectief. Objectieven met lange brandpuntafstand hebben een aanzienlijk kleinere scherptediepte dan objectieven met korte brandpuntafstand.
Zo is bij een 200mm objectief de scherptediepte slechts een zestiende van die van een 50mm objectief.

Een goede fotograaf gebruikt zijn diafragma om zijn scherptediepte te kiezen, en past dan zijn sluitertijd aan om een goede belichting te krijgen

Indien je dit beheerst dan heb je snel de stap gemaakt naar elk vakgebied van de fotografie.

  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post2

Grijskaart

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof wo, maart 21, 2012 17:26:44

Er bestaat nogal veel verwarring over het toepassen van een wit- of grijskaart bij digitale fotografie.

Allereerst is het belangrijk dat er twee zaken worden gescheiden namelijk: belichting en witbalans.

De witkaart bewijst ALLEEN zijn nut bij de witbalans.

De grijskaart is te gebruiken bij zowel de belichting als de witbalans.

Werkwijze:

Belichting:

Plaats de grijskaart voor je onderwerp, neem hem bijna beeldvullend in je zoeker en meet het licht d.m.v. de ontspanknop, of met AEL.
Zet die waarde vast, of stel deze Manueel in.
Doe de kaart weg en bepaal het kader en maak je foto.

De opname is altijd goed belicht, mits op de kaart hetzelfde licht valt als op het onderwerp.

Witbalans.

Hiervoor zijn twee methodes:


Methode 1. WB handmatig instellen op de camera.
Maak een opname van de wit- of grijskaart (met hetzelfde opvallende licht als op je onderwerp).
Stel vervolgens de witbalans handmatig in ( de meeste toestellen kunnen namelijk een PRESET witbalans aanmaken) zie de gebruiksaanwijzing van je camera want dit verschilt per merk/type.

Methode 2. Fotografeer de wit- of grijskaart een keer mee met het onderwerp.
Daarna dezelfde opname(n) zonder die kaart.

D.m.v. de pipet in de software kun je aangeven dat de bereikte witbalans op de foto met kaart de juiste is.
Daarna die waarde (witbalans, of graden Kelvin) toepassen in de andere foto’s die je nodig hebt.



  • Reacties(5)//blog.foto-eifel.de/#post1