Mijn Blog

Mijn Blog

"Fotograferen is leuk, maar schrijven ook"

Kijk ook eens op mijn Homepage

Bokeh

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof ma, januari 08, 2018 12:12:47

Om een mooie egale zachte achtergrond (ook wel bokeh genoemd) te krijgen, dien je het onderwerp ook tegen een mooi gekleurde en egale achtergrond te fotograferen. Hoe verder het onderwerp van de achtergrond verwijderd is hoe beter dit gaat. Je diafragma open zetten, dus kleiner F-getal, draagt ook bij aan deze 'onscherpe' achtergrond.

Als tweede draagt het fotograferen met een groot brandpunt/kleine beeldhoek bij tot het verkrijgen van een egale achtergrond. Hierdoor zie je maar een klein gedeelte van de achtergrond. Bovendien is dat gedeelte groter in beeld en wordt daardoor de onscherpte vergroot/beter zichtbaar.

Vergelijk dit maar eens met een groothoek lens.

Je ziet dan een groot deel van de achtergrond m.a.w. heel veel detail waarin onscherpte niet direct opvalt. Met een telelens zie je maar een deel, met weinig detail, en nog erg onscherp ook.

Mijn voorbeeld foto’s:


Foto 1 is de opstelling van apparatuur. Als achtergrond zie je een grasweiland wat tegen de berg omhoog loopt. Ook zie je dat ik het onderwerp (bloem) ver van de achtergrond heb verwijdert.

Foto 2 (Jpeg foto zo uit de camera) is het resultaat van de opstelling van foto 1. Ik gebruik hier een diafragma van F7.1 omdat ik de gehele bloem scherp wil hebben.


Foto 3 en 4 zijn op dezelfde wijze genomen.

Foto 5: Hier zie je duidelijk het verschil. De vogel zit nu vrij kort bij de achtergrond.

Alle foto's zijn niet bewerkt en dienen voor mij als voorbeeld foto's.

  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post39

Invul flitsen

FlitsenGeplaatst door Antonius Berkhof za, januari 06, 2018 12:59:24

Algemeen:

Bijna iedereen heeft een ingebouwde flitser op zijn camera en de wat serieuzere fotograaf is al snel in het bezit van een (externe) reportage-flitser. In praktijk blijkt dat veel mensen niet flitsen omdat ze gehoord hebben dat dit niet mooi is of omdat ze simpelweg bang zijn om de flitser te gebruiken. Als je de vraag stelt wanneer je de flitser gebruikt is het antwoord meestal; “Als het te donker is om een foto's te maken”.

Met een flitser kun je veel meer dan alleen foto's maken in het donker. Het belangrijkste is dat je met de flits de bestaande licht-situatie naar je hand kunt zetten. Je hebt veel meer controle over het licht op je onderwerp en de achtergrond waar je onderwerp voor staat. Flitslicht kan je ook gebruiken als er te weinig licht is, als een extra lichtbron of bijvoorbeeld voor het invullen van donkeren plekken of om kleuren te versterken.

Professionele fotografen flitsen zelfs bij klaarlichte dag om het onderwerp extra te belichten.
Zonder flitser zou het gezicht van de persoon veels te donker zijn.

Onderstaande techniek heb ik is weliswaar geschreven voor de Nikon camera + flitsers, maar punt 2 t/m 4 is voor ieder merk camera + flitser van toepassing.

Begrippen:

TTL staat voor ‘through the lens’, de camera geeft de meting door aan de flitser die vervolgens de correcte belichtingssterkte toepast. Een soort automaatstand voor de flitser dus.

BL: Automatische invulflits
De meest geavanceerde flitsmode op een Nikon flits is TTL-BL. Oorspronkelijk stond BL voor BackLit maar vanuit marketing is er besloten om er Balanced Fill (ofwel gebalanceerde invul flits) van te maken.

FP: Auto FP High Speed Sync mode
Wanneer je deze gebruikt kiest de camera aan de hand van de sluitertijd automatisch of er een high speed flits (meerdere flitsen) nodig is, of dat een normale flits voldoet.

Je Nikon flitser buiten gebruiken bij volop zonlicht.

Invulflitsen is bedoeld om de belichting van de te fotograferen voorgrond en achtergrond in balans te brengen. Zo ontstaat er een evenwichtig belicht beeld, waarbij er geen sprake is van over- of onderbelichting van de voor- of de achtergrond.

Hier zijn twee opties mogelijk:

1. Automatische uitgebalanceerde invulflits (TTL-BL-FP)

Deze TTL-BL mogelijkheid is ontworpen om de achtergrond en belichting van je onderwerp automatisch in balans te brengen. Wanneer gebruik je BL? Wanneer de achtergrond lichter is dan je onderwerp gebruik je een BL invulflits om beide in balans te brengen, bijvoorbeeld bij een model voor een raam waardoor het daglicht naar binnen komt. Technisch gezien is TTL BL verschillend van i-TTL. Bij standaard i-TTL vindt er geen communicatie plaats tussen het lichtmeetsysteem van het omgevingslicht en het lichtmeetsysteem van het flitskracht in je camera, beide systemen staan dus totaal los van elkaar. Bij TTL BL vindt er wel een (beperkte) communicatie plaats tussen beide systemen. Deze communicatie heeft betrekking op informatie van het lichtmeetsysteem en de brandpuntsafstand

De flitssterkte wordt dus automatisch aangepast voor een uitgebalanceerde belichting van het hoofdonderwerp en de achtergrond.

a. camera in A modus

b. Matrix

c. ISO 200 - 400

d. Diafragma f 5,6 tot f 11

e. Flitser in de mode TTL+BL+FP

f. Flitskop recht naar voren

De praktijk:

Als je een goede balans in je belichting wilt laten regelen door TTL-BL, moet je de flitser instellen op TTL+BL+FP. De camera kun je dan gebruiken in de P, S of A mode. De camera meet dan het omgevingslicht en stelt dan diafragma of sluitertijd in voor een goede belichting. Tevens zend hij deze gegevens door naar de flitser. De flitser regelt dan de juiste hoeveelheid flitslicht.

TTL-BL is de stand om alleen maar een invulflits te verkrijgen (als het omgevingslicht sterker is dan het flitslicht dan noemen we het een invulflits). In deze stand werkt het flits meetsysteem samen met het camera meetsysteem om toch een uitgebalanceerde belichting te verkrijgen.

De voorwaarde voor TTL-BL is dat het voorwerp donkerder moet zijn dan de achtergrond om TTL-BL goed te laten werken. De flits kan het voorwerp alleen oplichten om het in balans te brengen met de achtergrond.

2. Creatief invulflitsen TTL + FP

De methode (TTL) maakt gebruik van het lichtmeetsysteem in de camera. Middels de voorflits (pre-flash) wordt aan de hand van het gereflecteerd licht door de camera bepaald hoeveel energie er van de condensator naar de flitsbuis gaat, dus hoeveel flitskracht er nodig is voor een goed belichte opname met een gemiddelde helderheid (18% grijs). In TTL termen gesproken spreken we dan van 0.0 belichting. Met de +/- knoppen op de flitser (FEC – Flash Exposure Compensation) kunnen we de flitskracht die door de camera is bepaald als fotograaf corrigeren. Stel je bijvoorbeeld een correctiewaarde in met de +-toets van +1.0 dan is het resultaat dat je flitser 1-stop meer flitskracht zal afgeven dan dat in eerste instantie door de camera was bepaald (0.0).

a. camera in M modus

b. Matrix of Centrum gericht

c. ISO 200 - 400

d. Diafragma f 5,6 tot f 11

e. Flitser in de mode TTL+ FP

f. Flitser instellen op EV -1 tot EV -2

g. Flitskop recht naar voren

De praktijk:

Bij standaard TTL wordt het hoofdonderwerp correct belicht, ongeacht de helderheid van de achtergrond.

Camera instelling:
We meten het achtergrond licht (omgevingslicht met de camera, voorkeur op A (diafragmavoorkeur) - flitser uitgeschakeld
* het diafragma stellen we in op een groot diafragma b.v. f/4 (we willen de achtergrond wazig)
* De ISO gevoeligheid stellen we in op 200 - 400 (lage ruis)
* De gemeten waarde nemen we nu over in de M modus van de camera.

Als we nu een foto maken is de achtergrond juist belicht.

Flitser instelling
Na het instellen van de M modus op de camera, schakelen we de flitser in op TTL +FP mode
Niet op TTL-BL-FP ( TTL meet enkel op het onderwerp.

Nu moeten we nog de belichting van de flitser instellen.
De camera meet wat nodig is om het model waarop we focusseren goed uit te belichten, en geeft die waarde door aan de flitser.
Met de EV knop op de flitser regelen we de sterkte van de flitser -1EV tot -2EV (1 'a 2 stops lager dan wat de camera aan de flitser vraagt)

3. Vuistregels om de belichting aan te passen:

1. Wanneer je de sluitertijd aanpast zal je alleen het omgevingslicht veranderen.

Sluitertijd korter = alleen omgevingslicht wordt aangepast, minder omgevingslicht

Sluitertijd langer = alleen omgevingslicht wordt aangepast, meer omgevingslicht, meer invullicht

2. Wanneer je het diafragma aanpast zal het flitslicht én het omgevingslicht beïnvloed worden.

Diafragma meer open = zowel omgevingslicht als flitslicht wordt aangepast, meer omgevingslicht én meer flitslicht - Dus de algemene belichting wordt aangepast.

Diafragma minder open = zowel omgevingslicht als flitslicht wordt aangepast, minder omgevingslicht én minder flitslicht

3. Wanneer je de ISO-waarde aanpast zal het flitslicht én het omgevingslicht beïnvloed worden.

Hogere ISO waarde = zowel omgevingslicht als flitslicht wordt aangepast, meer omgevingslicht én meer flitslicht - overbelichting.

Lagere ISO waarde = zowel omgevingslicht als flitslicht wordt aangepast, minder omgevingslicht én minderflitslicht, onderbelichting


4. Goed flitsen met een reportageflitser is een vak op zich.

Heb je het eenmaal onder de knie dan heb je een enorme macht over het contrast in je foto.

Er zijn veel boeken in de handel (vaak alleen in het Engels) die deze techniek beschrijven.

Nu is er goed nieuws want er is een zeer goed Nederlands boekje op de markt verschenen.

http://www.asiso.net/

Ik heb zelden zo een goede uitleg gelezen over de flitstechniek.
Het boekje is dan ook een echte aanrader voor een ieder die deze techniek onder de knie wil krijgen.







  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post38

Fuji X Objectieven

FujiFilm XGeplaatst door Antonius Berkhof di, augustus 29, 2017 13:01:46

Overzicht Fuji X Objectieven.

Fuji Prime objectieven




Fuji Zoom objectieven



Wat betekent APD?

De afkorting APD staat voor Apodisatie en dit betekent dat het objectief is uitgerust met een apodisatiefilter. Dit filter zorgt voor een mooi bokeh in de gemaakte beelden doordat het de randen vervaagt van objecten waarop niet is scherpgesteld.

Wat betekent LM?

De afkorting LM staat voor Linear Motor. Dit betekent dat het objectief is uitgerust met autofocus die wordt aangedreven door een lineaire motor. Hierdoor kan snel en stil worden scherpgesteld.

Wat betekent OIS?

De afkorting OIS staat voor Optical Image Stabilisation. Dit betekent dat het objectief is uitgerust met optische beeldstabilisatie waardoor bewegingsonscherpte en trillingen worden gecompenseerd. Zo kunt u gemakkelijker uit de hand fotograferen of filmen.

Wat betekent WR?

De afkorting WR staat voor Weather Resistant. Dit betekent dat het objectief water- en stofbestendig is.

Wat betekent XC?

De betekenis van de afkorting XC is onduidelijk. Het betekent dat het objectief deel uitmaakt van de Fujifilm X-mount serie. De C staat hierbij voor 'compact and casual'. Het verschil met de XF-objectieven is dat de XC-objectieven goedkoper en eenvoudiger zijn.

Wat betekent XF?

De betekenis van de afkorting XF is onduidelijk. Het betekent dat het objectief deel uitmaakt van de Fujifilm X-mount serie. Het verschil met de XC-objectieven is dat de XF-objectieven een metalen behuizing hebben en over het algemeen ook een groter diafragma.







  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post37

Flitsen op 2e Gordijn

FlitsenGeplaatst door Antonius Berkhof di, december 09, 2014 09:00:17

Hier wat info m.b.t. tot het flitsen op de 2e gordijn.

Onderstaand heeft betrekking op NIKON camera's, voor andere merken moet je even kijken in de handleiding voor de juiste benamingen.


Stand SLOW op de camera (Langzame synchronisatie)
Flitsen wordt gecombineerd met lange sluitertijden tot 30 sec. om zowel het onderwerp als de achtergrond ‘s nachts of bij slecht licht vast te leggen.
Deze stand kan alleen worden gebruikt wanneer de belichting op geprogrammeerd automatisch (P)of diafragmavoorkeuze (A) staat.
Gebruik van een statief wordt toch wel aanbevolen om cameratrilling te voorkomen.

Stand REAR op de camera ( Synchronisatie tweede gordijn).
Wanneer de belichting op sluitertijdvoorkeuze (S) of handmatig staat, wordt de flitser ontstoken vlak voordat de sluiter sluit, waardoor er een lichtstroom achter een bewegend onderwerp ontstaat.

Bij geprogrammeerd automatisch (P) en diafragmavoorkeuze (A) wordt langzame synchronisatie met het tweede gordijn gebruikt om zowel het onderwerp als de achtergrond vast te leggen.
Ook hier wordt het gebruik van een statief aanbevolen om cameratrilling te voorkomen.

Wanneer je de sluiterknop van je camera indrukt en je gebruikt je flitser, dan gebeuren er een aantal dingen:
• De spiegel klapt omhoog.
• Het sluitergordijn gaat open. (zoals in een theater een gordijn opent, duurt het even voordat het gordijn helemaal open is)
Is de sluiter of het sluitergordijn helemaal open dan:
• Ontsteekt de flitser.
• Het sluitergordijn begint dicht te gaan.
• De spiegel klapt weer terug.

Het is belangrijk te weten, dat de flitser pas ontsteekt als het sluitergordijn helemaal open is, anders zou je een onevenredig belichte foto krijgen. De tijd dat de sluiter geheel geopend is, noemen we de flits-synchronisatie tijd. Is deze ingesteld op bv. 1/125 sec. dan is de sluiter ook 1/125 seconde helemaal open.
Ook is het belangrijk te weten, dat de eerder genoemde vergelijking met een gordijn op het toneel niet helemaal opgaat:
Op de meeste camera’s zit een zgn. vertikaal sluitergordijn.
De film of chip wordt het eerst belicht aan de onderzijde, als het sluitergordijn naar boven (verticaal) open gaat. Dit wordt het eerste gordijn genoemd!!
Is de sluiter helemaal open en de ingestelde tijd verlopen, dan begint een ander gordijn te sluiten: weer van beneden naar boven.
Dit gordijn wordt het tweede gordijn genoemd. Zou dit gordijn niet in de zelfde richting sluiten als het andere opent, dan zou een deel van de film of chip meer licht krijgen dan het andere.

Tijdens een ‘normale’ flitssessie, synchroniseert de flitser op het eerste gordijn, d.w.z. als het eerste gordijn helemaal open is, wordt de flits ontstoken met vrijwel altijd een goed resultaat.
Nu hebben vrijwel alle moderne -computer gestuurde- flitsers een zeer korte flitsduur, vanaf een 1/800 seconde of korter.
Stel nu dat je ’s avonds in het donker een rijdende auto fotografeert met je flits en de sluitertijd van je camera is ingesteld op bv. 1/60 sec. Dan krijg je een vreemd effect: het licht van bv. de achterlichten ‘loopt’ als een rode streep richting de voorkant van de auto!! Tegennatuurlijk dus, maar met de opgedane kennis logisch:
Zodra het eerste sluitergordijn HELEMAAL OPEN is, vuurt de flits. Die duurt bv. 1/1000 sec. en na deze korte flits staat de sluiter nog steeds open en de film/chip registreert keurig de verlichting van de auto in de rijrichting.
Synchroniseer je evenwel op het tweede gordijn, dan ontsteekt de flitser NET voordat dit sluitergordijn begint te SLUITEN!!
Voor deze flits van bv. weer 1/1000 sec. stond de sluiter open (1/60) en registreerde keurig de -in dit voorbeeld- de achterlichten van de auto, dan pas de flits met als resultaat dat de achterlichten ‘achter’ de auto een streep vertonen.

Ik gebruik tegenwoordig ook bij de macro fotografie de REAR stand.
Het verschil tussen normaal flitsen (1e gordijn) en REAR (2e gordijn) is goed te zien. Bij normaal flitsen wordt de achtergrond snel donker (zwart) en bij REAR kun je ook de achtergrond wat meer sfeer geven.

Met bovenstaande heb ik getracht wat licht te doen schijnen m.b.t. het flitsen op de tweede gordijn.


Hopelijk hebben jullie hier iets aan.

  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post36

ND filter bij Strobist fotografie

FlitsenGeplaatst door Antonius Berkhof zo, november 02, 2014 16:12:23

Als je de titel leest: "ND filter bij strobist fotografie" dan zullen de meeste hun wenkbrauwen fronsen.

Een ND filter (Neutral Density filters) kun je gebruiken om licht tegen te houden en hierdoor de sluitertijd te vertragen. Hierdoor kun je allerlei creatieve effecten bereiken met beweging in wolken en melkachtig water.

Wat kun je nu met zo een ND filter doen bij strobist.

Wel de strobist fotografen werken het liefst geheel manueel. Zij willen alles volledig zelf onder controle houden.

Je hoort vaak de opmerking dat je bij het gebruik van manuele flitstechnieken in de buitenlucht zeer beperkt bent door de maximale synchronisatietijd van je camera. Meestal is deze 1/160, 1/200 of 1/250. Indien je de camera op een snellere (kortere) tijd instelt, krijg je een zwarte band in het beeld.

Als je gebruik maakt van eigenmerk (of compatibele) flitsers, kun je dankzij een elektronische instelling op je camera en/of flitser die beperking wel omzeilen. Die instelling heet high-speed synchronisatie (FP bij Nikon). Deze FP zorgt ervoor dat het flitslicht bij korte sluitertijden in extreem korte pulsen geleverd wordt.

Stel je eens voor: je bent op een mooie zonnige dag buiten met een model aan het fotograferen. Je fotografeert op ISO 200 en je kiest voor een diafragma van f/2,8. Om het zonlicht onder controle te houden moet je een sluitertijd van 1/2.000 aanhouden. Deze snelle sluitertijd is dus te kort voor de gewone flitssynchronisatie. Via FP kun je wel flitsen, tenminste als je flitsers en triggers gebruikt die deze techniek ondersteunen.

Werk je met manuele flitsers en/of de goedkopere triggers, dan heb je een probleem. Je moet dan een manier vinden om de sluitertijd naar 1/250 sec te laten zakken (of nog lager, afhankelijk van de flitssynchronisatietijd van jouw camera). Dit kan je doen door het diafragma te verkleinen naar f/8 (een verschil van drie stops: f/2,8 - f/4 - f/5,6 - f/8) en de sluitertijd te verlengen met evenveel stops, van 1/2.000 naar 1/250. Je krijgt nu dezelfde belichting echter met het kleinere diafragma wordt de scherptediepte dan ook veel groter. Dit is wat we meestal buiten niet willen. Buiten willen we juist een onscherpe achtergrond.

We plaatsen nu voor onze lens een ND8 filter die drie stops licht zal tegengehouden.
Met deze ND8 kunnen we nu een sluitertijd van 1/250 instellen en het diafragma toch op f/2.8 laten staan.
Wanneer je de ISO waarde nu ook nog naar 100 brengt kun je dezelfde foto nemen met 1/125 sec bij f2.8 + ND8 filter.

De ND filter is dus een heel goedkope oplossing voor dit probleem, zelf maak ik gebruik van het Cokin systeem.

Ik zou zeggen probeer het eens uit en laat je ervaring weten.



  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post34

Hoe krijg ik een zwarte achtergrond

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof di, oktober 28, 2014 14:56:44

Er zijn verschillende manieren om een zwarte achtergrond te verkrijgen.

Schuiven met de levels in Photoshop is niet de juiste manier.

Fotografen die dit doen hebben naderhand een platte histogram overgehouden.

Daar ik een paar jaar geleden veel bloemen met zwarte achtergrond moest fotograferen voor een bloemen boek, heb ik naar een techniek gezocht die ik overal kan toepassen.

Als je een serie maakt, maar wel in verschillende opname dagen, dan is het wel noodzaak dat de zwarte achtergronden gelijk zijn.

Zoals altijd gaat er meer tijd in de voorbereiding van de shoot zitten, dan in de daadwerkelijke opname.

De beste methode om een goede zwarte achtergrond te krijgen is te zorgen dat het licht waarmee je het onderwerp belicht niet op de achtergrond valt. Dit kun je op verschillende manieren bereiken.

1. Afschermen door bijvoorbeeld een zwarte plaat of doek.

2. Grote afstand tussen onderwerp en achtergrond.

3. Een gerichte lichtbundel gebruiken die wel op het onderwerp valt maar niet op de achtergrond.

Je kunt hiervoor een snoot kopen of zelf maken met behulp van de kern van WC papier,keukenrol ... Vul deze op met zwarte rietjes,maak in het karton een aansluiting van flits naar rolletje. Hier werk je dan wel met de flits los van de camera zodat je zijdelings kan belichten

Hoe verder de achtergrond, hoe minder de mogelijkheid aanwezig is dat er toch nog licht opvalt.

Ik maak vaak gebruik van het twee kamer systeem. De achtergrond staat in een donkere kamer zonder venster. Het onderwerp zet ik dan in de andere kamer voor de deuropening. Ik hoef nu alleen maar te zorgen dat er geen licht de donkere kamer ingaat.

Camerainstelling

Zet de camera op F11 en ISO100. Hierdoor is de camera minder lichtgevoelig. Als sluitertijd neem je 1/100 of 1/125. Dit zijn vrij standaard instellingen. De juiste belichting gaan we doen met de externe flitsers in de manuele mode te zetten en het ingestelde lichtvermogen zodanig aan te passen dat het onderwerp goed belicht wordt.

Hier kun je wat voorbeelden vinden.

KLIK










  • Reacties(0)//blog.foto-eifel.de/#post33

Straatfotografie

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof di, oktober 28, 2014 14:00:44

Ik zie straatfotografie vaak overgaan in MENSEN fotografie.

Dit komt omdat er altijd veel reacties komen over de DOF en het wegklonen van normale straatbeelden zoals verkeersborden lantaarnpalen etc.


Straatfotografie is eigenlijk niets anders dan het vastleggen van alle spontane (dus niet geregistreerd), alledaagse gebeurtenissen in de openbare ruimte. Om die momenten zo objectief en natuurgetrouw vast te kunnen leggen is er geen contact tussen de fotograaf en het onderwerp. Naderhand kan het soms wel raadzaam zijn om even contact te leggen met de persoon.

Straatfotografie kan overal plaatsvinden, zolang het in de openbare ruimte is (denk hier aan het portretrecht). Vaak gefotografeerde locaties zijn plekken waar mensen samenkomen, zoals winkelcentra, parken treinstations, bus- en tramhaltes (tegenwoordig mag je niet meer zomaar fotograferen op treinstations, je zou ook niet de eerste zijn waarvan de camera door de politie in beslag wordt genomen). Evenementen en festivals zijn ook uitstekende plaatsen voor straatfotografie.

Een goede straatfoto verteld eigenlijk een verhaal van het alledaags gebeuren.
Om dit vast te kunnen leggen moet je goed kunnen observeren.

Tevens heb je niet altijd de tijd om je camera goed in te stellen. Ik gebruik zelf altijd de auto ISO om mijn sluitertijd kort te houden , Camera in de A stand (Av voor Canon) met een diafragma tussen de F8 en F11 dit laatste is afhankelijk van de lens die ik gebruik. Meestal werk ik met een prime lens. O ja vergeet niet je AF hulplicht uit te schakelen (je weet wel dat kleine witte lampje wat aangaat als je scherpsteld).

Een paar links waar je wat meer informatie kunt halen over het fenomeen straatfotografie.

http://thomas.leuthard.photography/ebooks/

http://www.hermandepagter.com/slider/vlissingen/

http://nlstraatfotografie.wordpress.com/category/tips-en-uitleg/

http://www.photofacts.nl/fotografie/rubriek/tips_en_truuks/tien_tips_voor_betere_streetfotografie.asp

http://www.fotokonijnenberg.nl/nieuws/straatfotografie-tips-en-benodigheden-1/

http://blog.ilusix.nl/fotografie/tien-tips-voor-betere-straatfotografie/

http://www.kamera-express.nl/over-ons/10-tips/straatfotografie-tips/

http://www.fotoclubdiafragma.nl/wp/2013/03/straatfotografie-ontvang-het-moment/

http://zoom.nl/artikel/community/22061-feedback-straatfotografie.html

http://www.fotoclub.nu/eerste-kennismaking-met-straatfotografie-5-tips/

http://www.cewe-fotoboek.nl/blog/2012/10/09/8-waardevolle-tips-voor-straatfotografie/







  • Reacties(1)//blog.foto-eifel.de/#post32

Hyperfocale afstand

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof di, april 15, 2014 20:59:57

Hyperfocale afstand

Hyperfocale afstand, is een veel gehoorde term in de landschapsfotografie.

Voor diepte in een landschapsfoto werkt het goed om ook iets op de voorgrond herkenbaar in beeld te hebben. Doorgaans wil je het hele beeld van voor tot achter scherp hebben. Landschapsfotografen maken daarvoor gebruik van de Hyperfocale afstand van een objectief.

Simpel gezegd is dit de kortste instelafstand waarbij onderwerpen in de verte nog als aanvaardbaar scherp worden weergegeven. Je kunt de afstand natuurlijk op 'oneindig' instellen, maar dan loopt de scherptediepte tot voorbij oneindig door.

Met behulp van de Hyperfocale afstand profiteer je optimaal van de scherptediepte: deze reikt dan van de halve Hyperfocale afstand tot oneindig.

De Hyperfocale afstand hangt af van:

- het brandpunt van het objectief, hoe kleiner de brandpunt (hoe meer groothoek) hoe groter de scherptediepte

- het diafragma hoe kleiner de diafragmaopening (hoe groter het f-getal) hoe groter de scherptediepte

- het opnameformaat, (de sensorgrootte), hoe kleiner de sensor hoe groter de scherptediepte

Dit komt in onderstaande tabellen duidelijk tot uiting.

Tabel voor FULL FRAME sensor 36 x 24 mm

Voorbeeld: voor een 35 mm objectief ingesteld op diafragma f 8 is de Hyperfocale afstand 5,10 meter, de scherpte begint dan vanaf de helft van de Hyperfocale afstand = 2,55 meter tot oneindig. Voor een 70 mm objectief ingesteld op diafragma f 11 is de Hyperfocale afstand 14,44 meter, de scherpte begint dan vanaf de helft van de Hyperfocale afstand = 7,70 meter tot oneindig.

Tabel voor camera's met Nikon APS-C sensor 23,6 x 15,7 mm, verlengingsfactor van 1,5X

Voorbeeld: voor een 16 mm objectief (= 24 mm als men rekening houdt met de verlengingsfactor van 1,5X) ingesteld op diafragma f 11 is de Hyperfocale afstand 2,55 meter, de scherpte ligt dan vanaf de helft van de Hyperfocale afstand = 1,28 meter tot oneindig.


De praktijk:

Ik stel altijd scherp met het autofocus systeem op de Hyperfocale afstand, eens scherpgesteld schakel ik de autofocus over op manueel (AF-ON knop) waardoor het objectief op de scherpgestelde (Hyperfocale) afstand blijft staan. Je kunt dan je compositie bepalen en afdrukken.

Bovenstaande tabellen zijn gemaakt met:
http://www.dofmaster.com/dofjs.html



  • Reacties(3)//blog.foto-eifel.de/#post30

Waterdruppels fotograferen

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, maart 01, 2013 13:58:02

Gisteren ben ik voor het eerst bezig geweest met het fotograferen van waterdruppels.

Voordat ik ben begonnen heb ik natuurlijk eerst wat zitten Google op het net, ik hoef tenslotte niet het wiel opnieuw uit te vinden.

Waarom schrijf ik dit artikel dan?
Wel, ik wil mijn ervaringen toch met jullie delen.

Mochten jullie besluiten dit ook een keertje te gaan beoefenen dan raad ik jullie aan dit op een plek te doen waar het morsen met water geen kwaad kan.
Ik heb hiervoor de badkamer genomen. Tevens raad ik jullie aan bouw eerst een goede stabiele installatie alvorens je de camera + flitser erbij haalt. Dit voorkomt een ieder geval problemen.

De zakjes met water ophangen is geen probleem, wel is het een probleem een juist gaatje te maken.
Ik ben dan ook snel hiervan afgestapt. Bij de apotheek kun je voor heel weinig geld Infuus materiaal kopen. Met dit materiaal kun je de druppels goed regelen.
Neem de opvang schaal niet te klein, maak ze ook niet te vol want de druppels moeten er ook nog bij kunnen.
Voor de kleuren kun je natuurlijk verschillende kleurvloeistof nemen.
Ik heb gewerkt met kleurpapier. Voor de rest is het nog je eigen fantasie de loop laten en veel uitproberen.

.

Instellingen:
Nikon D7000
Centrum meting
Iso 200
F 14
1/200sec
Nikon Micro AFS 105mm F2.8 Handmatig scherpgesteld.
SB900- M 1/32

Hier staan nog een paar test opnames.

  • Reacties(4)//blog.foto-eifel.de/#post28

Hard en Zacht licht

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof ma, februari 18, 2013 20:17:56

Hard en Zacht licht.

In de fotografie wordt vaak gediscussieerd over meer of minder licht en over hard en zacht licht.
Met dit klein artikel probeer ik enig duidelijkheid te geven over het begrip Hard en Zacht licht.

Hard en zacht licht is niet hetzelfde als veel of weinig licht laat dat duidelijk zijn.

Van hard licht is sprake in het geval van gebundeld licht, direct stralend licht waarbij de lichtbron een klein oppervlak heeft, zoals bij direct zonlicht, flitslicht of een andere lichtbron.

De zon is wel ontzettend groot, maar t.o.v een persoon hier op aarde is het een kleine lichtbron.
In de zomer, rond de middag, als er geen wolkje aan de hemel is: dan heb je hard licht.
De schaduwen zijn dan ook zeer scherp afgetekend en ook heel duidelijk zichtbaar.
Het komt omdat ons licht van 1 lichtbron komt, die door de grote afstand bijna als een puntvormige lichtbron kan worden gezien. Op dat moment wordt er dan ook niet veel licht verstrooid.

Vaak vermijdt men om foto’s te maken in direct zonlicht, het veroorzaakt immers harde schaduwen.

Van zacht of diffuus licht is sprake indien licht niet gebundeld (vanuit één bron) maar van verschillende kanten het object bereikt. Van diffuus licht is bijvoorbeeld sprake bij een bewolkte hemel overdag.

Het wolkendek fungeert dan als een grote lichtbron t.o.v. het onderwerp.

Dit komt omdat het licht dat op de wolken schijnt, door de wolken wordt verstrooid.

Het wolkendek maakt a.h.w. een enorme softbox.

Kijk maar eens om je heen, wanneer er zon is, je ziet overal harde schaduwen, dus hard licht. Wanneer het bewolkt is, dan verdwijnen die schaduwen, en vloeit alles in elkaar over, dus zacht licht.


Wanneer we onze externe lichtbronnen gaan opstellen houden we hiermee rekening.

Willen we zacht licht dan vergroten we onze lichtbron.

Dit kan door de lichtbron te combineren met een paraplu of een softbox en door die lichtbron dicht bij het onderwerp te plaatsen.

Om hard licht te krijgen plaatsen we onze lichtbron ver van ons onderwerp, of, indien dichtbij, nemen we een kleine lichtbron, een flitser zonder paraplu of softbox.

Vergeet vooral niet dat de grootte van de lichtbron in relatie staat tot het onderwerp. Een grote lichtbron (zoals de zon of een paraplu) die ver van het onderwerp staat, wordt automatisch een kleine lichtbron in relatie tot dat onderwerp!

Praktisch kunnen we de lichtbron vergroten door de flitser in een paraplu te laten reflecteren of de flitser door een doorschijnende paraplu te laten flitsen. In studio worden dikwijls softboxen gebruikt. Allen zijn ze geschikt, ze hebben elk hun voor en nadelen, maar ze vergroten wel allemaal de lichtbron.

Wil je geen overdreven hard licht, zorg dan dat je lichtbron niet te ver van het onderwerp verwijderd is.

  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post27

Modellen

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof wo, februari 13, 2013 13:17:03

Regelmatig geef ik wat hulp bij flitsen/strobist fotografie.

Het probleem is dan vaak: hoe komen we aan een goed model.

Een goed model is niet alleen een mooi model, maar het moet ook nog iemand zijn die het geduld kan opbrengen.
Zeker bij beginners is het een tijdrovend karwei.

Zo model is moeilijk te vinden en mocht je toch iemand vinden dan kost het ook vaak heel veel geld.
Nu speelt geld in deze tijd een belangrijke rol in ieders leven, dus heb ik naar een ander oplossing gezocht.

Oplossing:

Ik heb mij twee vriendinnen gekocht.

Zij zijn zeer geduldig en het grote voordeel is dat ze niet praten (LOL).

Je kunt ze overal neerzetten, ze blijven er staan totdat je ze weer ophaalt.

Ik moet alleen nog even de roos (stofdeeltjes) uit het zwarte haar halen, voor de rest zijn het zeer leuke dames.

Heb je ook belangstelling voor zo iets dan kun je eens even hier kijken.

  • Reacties(1)//blog.foto-eifel.de/#post26

Tuinvogels in de winter

Fotograferen (Natuur)Geplaatst door Antonius Berkhof wo, oktober 17, 2012 10:16:26

Met een beetje handigheid (voederplaatsen aanleggen) kun je op natuurlijke wijze vogels in je tuin fotograferen.
Je doet er tevens de vogels een plezier mee, want in de winter hebben zij het vaak moeilijk om voer te vinden.

Wanneer je niet over grote telelensen beschikt dan moet je zorgen dat de vogels naar jou toekomen.
Ten tweede moet je niet met je fotocamera gaan jagen want dit lukt niet.
Kies een vaste plek uit en wacht totdat er een vogel op die plaats gaat zitten.
Dit kan lang duren, maar het resultaat is er dan ook naar.

Ik zou zeggen probeer het maar eens uit.

Niet alleen opletten op katten, maar ook roofvogels kunnen op bezoek komen.

Han Bouwmeester heeft een goed artikel over Tuinvogels geschreven.

KLIK voor de website Han Bouwmeester

  • Reacties(3)//blog.foto-eifel.de/#post20

Natuurfotografie 2

Fotograferen (Natuur)Geplaatst door Antonius Berkhof ma, oktober 01, 2012 17:48:56

Flitsen in de natuurfotografie

Weinig fotografen denken bij natuurfotografie aan het gebruik van een flitser.

Toch is de flitser hier net zo belangrijk als in andere takken van de fotografie.

Ook bij natuurfotografie maken we gebruik van flitslicht om schaduwen op te helderen en om het beeld meer zeggingskracht te geven. Het onderwerp bepaald hierbij hoe we het flitslicht gaan inzetten. Fotograferen we vogels in de vrije natuur, dan bevinden deze zich vaak op grote(re) afstand.

Neem daarom een flitser met een hoog richtgetal, deze hebben een grotere reikwijdte.

Om het bereik van de flitsers nog groter te maken, gebruiken we bij vogels vaak een Lens Coat Better Beamer.

De Coat better Beamer versterkt het flitslicht dat vanuit uw flitser komt, zodat het licht een gebied kan bestrijken van 300mm(!). Uw flitslicht wordt zo opgewaardeerd met 3 F stops.

Voor dit soort fotografie stel je de flitser op de High Speedmodus.

De beste resultaten krijg je wanneer de zoomkop van de flitser op 50mm is ingesteld.

Klik hier voor een paar test foto's



  • Reacties(1)//blog.foto-eifel.de/#post19

Natuurfotografie

Fotograferen (Natuur)Geplaatst door Antonius Berkhof di, september 11, 2012 11:27:36

Natuurfotografie:

Buiten een goede camera en objectieven heb je ook nog andere zaken nodig om tot een goed resultaat te komen.
De komende tijd zal ik wat van die attributen hier beschrijven.

Schuiltent

Ideaal voor een lange zit, materiaal kan in de schuiltent.
Het nadeel is dat je iets minder mobiel bent.
Het inpakken van deze schuiltent is ook vaak een cream, althans bij mij lukt het de ene keer wel en de andere keer sta ik te klooien om hem weer fatsoenlijk in de tas te krijgen.

http://www.youtube.com/watch?v=ZEazuU68MIg

Pasop: je mag niet zomaar overal een schuiltent neerzetten.
Navraag bij de boswachter kan grote problemen voorkomen.

Camouflagekleed:
http://www.cameranu.nl/nl/accessoires/natuurfotografie/kwik-camo/kwik-camo-photography-blind/h1843_19024_136114/

Wanneer je op fotojacht bent, dus regelmatig aan het verplaatsen, is een camouflagekleed eerder aan te bevelen dan een schuiltent.

Het kleine lichte pakketje is makkelijk mee te nemen.
Sinds kort maak ik tot grote tevredenheid gebruik van dit camouflagekleed.

http://www.youtube.com/watch?v=zyLPc2TN3bc&feature=related





  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post18

PSAM stand op de camera.

Fotograferen (Techniek)Geplaatst door Antonius Berkhof vr, augustus 31, 2012 11:41:22

PSAM stand op de camera.

Ik krijg vaak de vraag welke belichtingsstand het beste is.

Ik vertel dan dat het aan de fotograaf is om te kiezen welke instelling hij of zij het meest prettig vindt. Er is eigenlijk geen goed of slecht. Het enige verschil dat de PSAM modes bieden, is de mate van controle over de camera. Maar bij alle vier de manieren is en blijft de belichtingsmeting de basis en aan de hand van die belichtingsmeting wordt de camera ingesteld, of automatisch, of handmatig. De foto zal in alle gevallen goed belicht zijn.

Het is trouwens de grootse flauwekul dat de professionele fotografen alleen in de M-stand werken. Een goed fotograaf kent de mogelijkheden van zijn camera (net zoals een goed timmerman zijn gereedschap kent) en maakt daar op passende wijze gebruik van.

De P-stand:

Dit is de instelling waarmee de fotograaf zich niet druk hoeft te maken over scherptediepte of sluitertijd. De camera doet dit allemaal zelf.
Voor huis, tuin en vakantie kiekjes is de P- stand uitermate geschikt.

Het nadeel is dat je geen controle over de scherptediepte hebt.

Vergis je niet in de slimheid van de moderne cameratechniek. Het is werkelijk verrassend hoe vaak de belichting in de automaatstand gewoon prima in orde komt.

Maar technisch goed belicht geeft niet altijd het mooiste resultaat.

De A-stand: Diafragma voorkeuze

Ik heb geleerd dat een goed fotograaf altijd eerst zijn scherptediepte bepaald en daarna zijn sluitertijd aanpast.

Bij de A-stand kiest de fotograaf een diafragma en de camera stelt aan de hand van de belichtingsmeting de juiste sluitertijd in. Met deze methode zal de fotograaf een volledige controle over het diafragma hebben en kan dus zelf bepalen hoeveel scherptediepte (DOF) de foto zal hebben. Hierdoor kan bewust gekozen worden om een onderwerp uit de omgeving te isoleren of om zoveel mogelijk scherpdiepte te hebben.

Wanneer gebruiken we de A stand:

Diafragma voorkeuze geeft een volledige controle over scherptediepte (DOF).
Portretten, landschappen en vogelfotografie zijn onderwerpen die hiervoor in aanmerking komen.

Het nadeel van de A stand is het risico dat bij een grote lensopening de maximale sluitertijd behaald wordt. Een foto zal in dat geval dus overbelicht zijn (of de camera weigert een foto te maken). Het andere nadeel is het gevaar van bewegingsonscherpte. Wanneer er gekozen is voor een grote scherptediepte kan de sluitertijd zo lang worden dat uit de hand fotograferen niet meer mogelijk is (hoewel de opname goed belicht zal zijn).

Dus altijd de sluitertijd goed in de gaten blijven houden.

De S-stand: Sluitertijd voorkeuze

De fotograaf kiest een sluitertijd en de camera stelt aan de hand van de belichtingsmeting het juiste diafragma in. Met deze methode heeft de fotograaf volledige controle over de sluitertijd wat bij snel bewegende onderwerpen een voordeel heeft. Bewegingen kunnen bevroren worden door bewust een snelle sluitertijd te kiezen .

Het is ook mogelijk om een langere sluitertijd te kiezen om beweging vast te leggen. De scherptediepte zal in deze gevallen van ondergeschikt belang zijn.

Wanneer gebruiken we S-stand:
Voor een volledige controle over de sluitertijd. Sportfotografie komt hiervoor in aanmerking.
Deze instelling geeft de controle over het al dan niet bevriezen van een beweging.
Het grote nadeel is de beperkte keuze van lensopeningen waardoor de kans bestaat dat er meer licht nodig is dan de lens kan doorlaten. De camera heeft dus minder speelruimte waardoor de fotograaf eerder tegen de grenzen van het mogelijke zal aanlopen..

De M-stand: Manuele instelling.

In de M-stand regel je zelf diafragma en sluitertijd. Je kijkt daarbij naar de lichtmeteraanduiding in de zoeker. Zorg je ervoor dat de index op 0 staat, dan heb je de juiste belichting, althans: de belichting die het belichtingssysteem van de camera aangeeft.

Als je zo tewerk gaat, dan maak je jezelf tot het slaafje van je camera. Je volgt dan braaf op wat hij je opdraagt. Dit zal niet altijd tot betere foto’s leiden, dat moge wel duidelijk zijn.

Er zijn twee redenen om met de M-stand te werken. De eerste is dat je snel en makkelijk met licht en donker kunt spelen. De schaal onder of naast de zoeker geeft aan hoeveel je afwijkt van de door de camera ideaal gevonden belichting. Door even aan sluitertijd of diafragma te draaien maak je ook heel snel een extra opname met een afwijkende belichting.

Belangrijk:

Schakel de meerveldsmeting (matrix) van de camera uit.

Dat is namelijk een intelligente lichtmeting, die de situatie tracht te interpreteren.

In de M-stand wil je dit nu juist zelf bepalen.

Om de lichtmeting goed te kunnen bepalen kies je beter voor centrumgerichte- of spotmeting.

De belichtingsschaal van de zoeker geeft dan aan wat het verschil is ten opzichte van de ingestelde belichting. Zo ga je heel gedoseerd om met licht, donker en contrast.

Een tweede reden om in de M-stand te werken is dat je de belichting als het ware vastzet.

Hierdoor wordt meerdere opnames met dezelfde belichting genomen.

Door het gebruik van de AEL-toets is het vastzetten van de belichting ook mogelijk in de P-S-A stand

Wanneer de M-stand gebruiken?

Een volledige controle over de belichting die bij meerdere opnamen constant zal blijven. Vooral bij flitsfotografie (studio) maar ook bij panoramafotografie is dit de te adviseren instelling.
Als nadeel kan de tijd genoemd worden die nodig is om de camera in te stellen.

Ik ben van mening dat je met de M-stand overweg moet kunnen om te begrijpen wat je eigenlijk aan het doen bent, dit alles leer je door in de praktijk veel te fotograferen in de M-stand.

  • Reacties(2)//blog.foto-eifel.de/#post17
Volgende »